Wel contexten, geen realistische methode
De stof is opgebouwd vanuit de stapsgewijze instructie
van cijferend rekenen. Eerst wordt systematisch geoefend,
los van talige contexten. Vervolgens moeten de leerlingen
de technieken kunnen toepassen in realistische situaties.
De kinderen leren onder elkaar optellen, aftrekken, vermenigvuldigen
en delen met de klassieke staartdeling.
Aansluiting en niveau
De methode sluit aan op de tussendoelen van de onderbouw.
Het eerste blok in groep 6 herhaalt bovendien de
belangrijkste technieken uit groep 5. Het Grote Rekenboek
werkt toe naar het referentieniveau voor het einde
van de basisschool van de commissie Meijerink. Uw leerlingen
zijn goed voorbereid op het voortgezet onderwijs.
Duidelijke structuur
Elk blok begint met een overzicht van de nieuwe stof
voor de komende 4 weektaken. Een weektaak bevat de
stof voor 5 lessen, de 4e week is toetsweek. Duidelijke
instructie met voorbeelden ondersteunt de leerkrachtgebonden
lessen. Ieder nieuw onderdeel wordt behandeld
vanuit het principe: instructie – oefenen – toetsen – herhalen/verrijken. Nieuwe onderdelen worden ook in
volgende blokken systematisch geoefend.
Uitleg en instructie in het leerlingenboek
Instructie van nieuwe stof staat per blok overzichtelijk
uitgelegd met voorbeelden. Leerlingen kunnen zelfstandig
werken en kunnen de instructie steeds teruglezen. Daarnaast
kan de school Het Grote Rekenboek – het overzicht –
beschikbaar stellen aan de leerlingen. Daarin staat alle rekenstof
per rekenonderdeel uitgelegd.
Differentiatie
In de groepsboeken staat al het basismateriaal. Per les is
er 20% extra stof voor snellere leerlingen. Daarnaast zijn er kopieerbladen voor extra verrijkings- en herhalingsstof. |